ECLI:NL:RVS:2025:27
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank Den Haag heeft dit beroep gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, met de opdracht aan de minister om binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit beroep ongegrond verklaard. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en verwees naar eerdere jurisprudentie over de beslistermijn bij niet tijdige besluiten.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 8 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.