ECLI:NL:RVS:2025:270
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 15 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Vervolgens heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 13 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Bij de beoordeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep, conform artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard.