ECLI:NL:RVS:2025:275
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onduidelijke staandehouding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling met Tunesische nationaliteit op 30 januari 2024 in bewaring na een staandehouding tijdens een algehele surveillanceronde nabij een synagoge. De vreemdeling kon geen geldig identiteitsbewijs tonen en stond geregistreerd als verwijderbaar.
De rechtbank Den Haag oordeelde dat de staandehouding onrechtmatig was omdat het proces-verbaal geen duidelijke grondslag gaf voor de bevoegdheid tot staandehouding en er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was. De rechtbank hechtte eraan dat de staandehouding vreemdelingenrechtelijk van aard was.
In hoger beroep stelde de minister dat de staandehouding plaatsvond in het kader van een algemene politietaak, waarbij het opvallende gedrag van de vreemdeling in de context van verhoogde dreiging tegen Joodse instellingen werd beoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is rechtmatig verklaard en het beroep ongegrond verklaard.