ECLI:NL:RVS:2023:3990

Raad van State

Datum uitspraak
30 oktober 2023
Publicatiedatum
27 oktober 2023
Zaaknummer
202305373/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewaring vreemdeling wegens uitzicht op uitzetting naar Tunesië

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 1 augustus 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelde dat er geen reden is om het besluit tot bewaring onrechtmatig te achten. Er is voldoende uitzicht op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn, mede omdat Tunesische autoriteiten in 2022 en 2023 laissez-passers hebben afgegeven en uitzettingen hebben plaatsgevonden.

Het hoger beroep bevatte geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming raken, zodat verdere motivering niet nodig was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd vanwege uitzicht op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn.

Uitspraak

202305373/1/V3.
Datum uitspraak: 30 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 21 augustus 2023 in zaak nr. NL23.22230 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 21 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Benayad, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft op verzoek van de Afdeling een schriftelijke uiteenzetting gegeven, waarop de vreemdeling heeft gereageerd.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Tunesië niet ontbreekt, omdat er geen aanknopingspunten zijn dat Tunesië geen laissez-passer zal afgeven. Dit wordt bevestigd in de schriftelijke uiteenzetting van de staatssecretaris in hoger beroep. Hieruit blijkt namelijk dat er in 2022 en 2023 laissez-passers zijn afgegeven door de Tunesische autoriteiten en dat er uitzettingen met een laissez-passer naar Tunesië hebben plaatsgevonden.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Steendijk
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2023
872-981