ECLI:NL:RVS:2025:2767
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 23 januari 2025 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 14 mei 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel bij zijn Dublinoverdracht aan Zweden niet kan worden toegepast.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het beroep en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.