ECLI:NL:RVS:2025:2838
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.M.L. Niederer
- H.J.M. Besselink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek tot openbaarmaking beslissingen tuchtcolleges voor 2010
Appellant verzocht de minister van Volksgezondheid om openbaarmaking van alle beslissingen van de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg van voor 2010 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister wees dit verzoek bij besluit van 27 augustus 2020 af. Appellant maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit in januari 2023, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de Wet open overheid pas op 1 mei 2022 in werking trad, zodat de Wob op dit verzoek van toepassing blijft. Appellant stelde dat de minister afschriften van de beslissingen bezit en dat openbaarmaking noodzakelijk is voor het recht op een eerlijk proces. Hij verzocht ook om advies aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Afdeling oordeelde dat artikel 77 van Pro de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) een bijzondere en uitputtende openbaarmakingsregeling bevat voor deze beslissingen. Deze regeling voorziet in gepseudonimiseerde afschriften die door de secretarissen van de tuchtcolleges kunnen worden verstrekt aan belanghebbenden. Dit sluit toepassing van de Wob uit. Het verzoek om advies aan het EHRM werd niet ingewilligd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Wob-verzoek bevestigd.