ECLI:NL:RVS:2025:2841
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Willems
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen kanalisering e-mailverkeer Universiteit Utrecht
Appellante werd door de vice-decaan van de faculteit REBO van de Universiteit Utrecht verplicht om alle e-mailcorrespondentie via één specifiek e-mailadres te laten verlopen, met uitzondering van contact met cursus- en scriptiebegeleiders. Deze verplichting werd door het college bekrachtigd en een verzoek tot opheffing afgewezen. Appellante stelde beroep in tegen het besluit dat zij geen bezwaar kon maken.
Tijdens de zitting bleek dat noch appellante noch het college de kanalisering daadwerkelijk hadden nageleefd; appellante bleef berichten naar diverse adressen sturen en het college nam deze in behandeling. Hierdoor had de opgelegde verplichting in de praktijk geen effect gehad. De Afdeling oordeelde dat appellante daardoor geen belang had bij haar beroep, mede omdat het conflict breder van aard was.
De Afdeling gaf aan dat een nieuwe beslissing vereist is indien het college opnieuw een dergelijke kanalisering wil opleggen, waarbij artikel 2:15 Awb Pro niet als grondslag kan dienen. Tevens werd appellante en het college aangeraden opnieuw te zoeken naar een oplossing voor hun moeizame relatie. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de kanalisering van haar e-mailverkeer wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.