ECLI:NL:RVS:2023:816
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tegen proceskostenvergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde op 9 augustus 2019 een last onder dwangsom op aan appellante vanwege het gebruik van haar woning als recreatiewoning. Appellante maakte bezwaar tegen de afwijzing van haar verzoek om vergoeding van proceskosten en vroeg om een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. Het college wees dit verzoek af, waarna appellante bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat het college onterecht de elektronische weg voor ingebrekestellingen aan appellante's gemachtigde heeft afgesloten, waardoor de per e-mail verstuurde ingebrekestelling van 17 april 2020 rechtsgeldig is. Hierdoor heeft het college een dwangsom verbeurd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar, die wordt vastgesteld op €1.442,00. Tevens wordt het besluit van 8 oktober 2020 herroepen en het besluit van 11 maart 2021 vernietigd.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het griffierecht. De uitspraak benadrukt dat een bestuursorgaan de elektronische weg niet mag afsluiten voor een individuele gemachtigde en dat besluiten op aanvraag, ook indien afgewezen, binnen de wettelijke termijnen moeten worden genomen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak stelt de dwangsom vast op €1.442,00 en vernietigt het besluit van het college over de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van de dwangsom.