ECLI:NL:RVS:2025:2842
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.C.A. de Poorter
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing overname informele private schulden in kinderopvangtoeslagaffaire
Een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire verzocht de minister om overname van twee openstaande private schulden. De minister weigerde dit omdat het ging om informele schulden zonder notariële akte of gerechtelijk vonnis, en er geen bewijs was van terugbetalingsafspraken of opeisbare achterstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van de gedupeerde ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De appellant stelde dat het besluit aan het oude Besluit in plaats van aan de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) getoetst had moeten worden, en dat de terugwerkende kracht van artikel 4.1 Wht onrechtvaardig was. Ook werd betoogd dat het onderscheid tussen informele en formele schulden ongerechtvaardigd was en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De Raad van State oordeelde dat de terugwerkende kracht van de Wht wettelijk is bepaald en niet door de rechter getoetst kan worden vanwege het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet Pro. Het onderscheid in artikel 4.1 Wht is bewust gemaakt om alleen bestaande en opeisbare schulden over te nemen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezeggingen aan de appellant waren gedaan.
De Raad van State bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot weigering van overname van informele private schulden wordt bevestigd.