ECLI:NL:RVS:2025:2865
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvragen bij erkenning vluchtelingenstatus door andere lidstaat en verplichtingen minister
De zaak betreft de behandeling van asielaanvragen van personen die door Griekenland als vluchteling zijn erkend en vervolgens in Nederland opnieuw internationale bescherming aanvragen. De minister had deze aanvragen inhoudelijk beoordeeld zonder de Griekse status automatisch over te nemen, maar zonder voorafgaand contact met Griekenland.
De rechtbank oordeelde dat de minister gebonden was aan de Griekse vluchtelingenstatus, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak. Het Europese Hof van Justitie heeft in arrest QY geoordeeld dat lidstaten niet verplicht zijn om een door een andere lidstaat toegekende vluchtelingenstatus automatisch te erkennen, maar wel rekening moeten houden met die status en de onderliggende elementen.
De minister moet daarom de asielaanvragen opnieuw individueel en volledig beoordelen, na spoedige informatie-uitwisseling met de Griekse autoriteiten over de verleende vluchtelingenstatus. De minister kan de Griekse status niet zelf intrekken; dit is uitsluitend aan Griekenland. Het incidenteel hoger beroep van betrokkenen is niet-ontvankelijk. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De minister moet de asielaanvragen opnieuw beoordelen na informatie-uitwisseling met Griekenland; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.