ECLI:NL:RVS:2025:2868
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake machtiging voorlopig verblijf
Bij besluit van 11 december 2023 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van betrokkene voor een machtiging tot voorlopig verblijf af. De minister verklaarde het daaropvolgende bezwaar van betrokkene ongegrond bij besluit van 24 december 2024. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene op 26 mei 2025 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede vanwege een prejudiciële vraag over het inburgeringsvereiste bij gezinshereniging, en dat de procedure zich niet goed leent voor snelle beslissing.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.