ECLI:NL:RVS:2025:2891
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake uitzettingsbesluit vreemdeling
Bij besluit van 16 mei 2023 weigerde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om ambtshalve te bepalen dat de uitzetting van betrokkene achterwege blijft. De minister verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit op 12 februari 2025 opnieuw ongegrond. De rechtbank Den Haag verklaarde op 14 mei 2025 het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene bracht een schriftelijke reactie en incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de belangen van beide partijen aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorlopige voorziening bepaalt dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.