ECLI:NL:RVS:2025:2912
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister tot vergoeding proceskosten na bewaring appellant
Appellant werd op 12 februari 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem. Op 5 maart 2025 verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de minister niet heeft veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant had gemaakt in verband met de behandeling van het beroep. De Afdeling vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van €2.721, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde het overige deel van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €2.721 aan proceskosten aan appellant.