ECLI:NL:RVS:2025:2916
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die bij besluit van 29 oktober 2024 is afgewezen. De rechtbank heeft het daarop ingestelde beroep van verzoeker op 18 juni 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat verzoeker niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, en dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt. Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 30 juni 2025 door de voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters, in aanwezigheid van griffier R.D. Salverda. Hiermee wordt de rechtspositie van verzoeker tijdens de procedure gewaarborgd en wordt voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.