ECLI:NL:RVS:2025:2930
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 21 februari 2025 is afgewezen. De rechtbank heeft op 6 juni 2025 het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, en dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, en is uitgesproken op 2 juli 2025 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.