ECLI:NL:RVS:2025:2934
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Afghaan
Betrokkene, een Afghaanse asielzoeker, vroeg om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond wegens een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat nader onderzoek naar de risico's voor uit Europa terugkerende Afghanen noodzakelijk was. Uit eerdere jurisprudentie volgt dat deze groep niet automatisch een reëel risico op ernstige schade loopt, waardoor de staatssecretaris geen nader onderzoek hoefde te verrichten.
Betrokkene voerde nog aan dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar adequate opvang in het land van terugkeer, maar dit betoog werd verworpen omdat het onderzoek pas na het besluit op de aanvraag mogelijk was en betrokkene zijn aanvraag kort voor meerderjarigheid had ingediend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.