ECLI:NL:RVS:2025:3000
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M. Soffers
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin werd geoordeeld dat de minister ten onrechte de vastgestelde subsidie van €100.000,- aan een medisch specialist op nihil had gesteld en het bedrag had teruggevorderd. De subsidie was verleend op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg (SOIT), waarbij de medisch specialist een overgang maakte van vrijgevestigd naar loondienst.
De minister stelde dat de subsidie moest worden teruggevorderd omdat de medisch specialist niet tot en met 31 mei 2019 uitsluitend in loondienst was geweest bij een zorgaanbieder, aangezien hij vanaf 1 april 2019 in dienst was van een organisatie die volgens de minister geen zorgaanbieder was. De rechtbank oordeelde echter dat de nihilstelling van de subsidie in deze omstandigheden onevenwichtig was, mede omdat de medisch specialist hetzelfde werk bleef doen onder dezelfde voorwaarden en loon, en er sprake was van een duurzame arbeidsverhouding.
De minister voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank de evenredigheidstoets niet inzichtelijk had gemaakt en dat de subsidievoorwaarden niet waren nageleefd. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de nihilstelling onevenwichtig was en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de subsidie volledig moest worden teruggevorderd. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de medisch specialist.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.