ECLI:NL:RVS:2025:3023
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing beroep tegen informatieplicht
Op 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die op 15 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij stelde dat de minister niet voldoende had geïnformeerd over de mogelijkheid om zonder advocaat beroep in te stellen tegen de bewaring.
De Afdeling oordeelde dat uit eerdere jurisprudentie volgt dat de minister een vreemdeling moet informeren over de mogelijkheid van beroep. De informatiefolder voldeed aan deze informatieplicht, ook al werd niet expliciet vermeld dat beroep ook zonder advocaat mogelijk is. De Afdeling vond geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af. Het hoger beroep werd zonder verdere motivering afgewezen omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van appellant wordt bevestigd.