Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3024

Raad van State

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
3 juli 2025
Zaaknummer
202502809/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing beroep tegen informatieplicht

De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 28 april 2025 in bewaring. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 mei 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelt dat de minister aan zijn informatieplicht heeft voldaan door appellant te informeren over de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de bewaring, ondanks dat de informatiefolder niet expliciet vermeldde dat beroep ook zonder advocaat mogelijk is. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:2979).

Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, waardoor verdere motivering achterwege blijft. De Afdeling ziet ook geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van appellant wordt bevestigd.

Uitspraak

202502809/1/V3.
Datum uitspraak: 3 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 15 mei 2025 in zaak nr. NL25.20400 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 28 april 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.M. Ficq, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Uit de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2979, onder 3.1, volgt dat de minister een vreemdeling moet informeren over de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de bewaring. Anders dan appellant in zijn enige grief betoogt, laat het feit dat uit de informatiefolder niet duidelijk blijkt dat ook zonder hulp van een advocaat gebruik gemaakt kan worden van rechtsmiddelen, onverlet dat hij met de folder wel op de hoogte is gesteld van de mogelijkheid van het instellen van beroep. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen sprake is van een schending van de informatieplicht.
2.       Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2025
18-1156