ECLI:NL:RVS:2025:3024
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing beroep tegen informatieplicht
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 28 april 2025 in bewaring. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 mei 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de minister aan zijn informatieplicht heeft voldaan door appellant te informeren over de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de bewaring, ondanks dat de informatiefolder niet expliciet vermeldde dat beroep ook zonder advocaat mogelijk is. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:2979).
Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, waardoor verdere motivering achterwege blijft. De Afdeling ziet ook geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van appellant wordt bevestigd.