Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3031

Raad van State

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
3 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000791
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang in asielprocedure

Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 15 februari 2025 buiten behandeling gesteld. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, welke op 24 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op 4 juli 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode. De minister is daarnaast veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak biedt verzoeker tijdelijke bescherming in de asielprocedure en waarborgt zijn rechtspositie tijdens de behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; minister moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

BRS.25.000791
Datum uitspraak: 4 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 april 2025 in zaak nr. NL25.8489 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 15 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Bij uitspraak van 24 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Schuurman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2025
282-1151