ECLI:NL:RVS:2025:3031
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 15 februari 2025 buiten behandeling gesteld. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, welke op 24 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 4 juli 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode. De minister is daarnaast veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak biedt verzoeker tijdelijke bescherming in de asielprocedure en waarborgt zijn rechtspositie tijdens de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; minister moet proceskosten vergoeden.