Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3065

Raad van State

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
8 juli 2025
Zaaknummer
202306476/3/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J. Schipper-Spanninga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:118 AwbArt. 29 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak, maar trok dit hoger beroep later in. Verzoeker vroeg daarop de Raad van State om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister de asielaanvraag van verzoeker alsnog in behandeling had genomen omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. Dit betekende echter niet dat de minister verzoeker tegemoet was gekomen, maar dat de behandeling louter het gevolg was van tijdsverloop.

Op grond hiervan wees de Afdeling het verzoek om proceskostenvergoeding af en oordeelde dat de minister niet verplicht was tot vergoeding van de kosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, voorzitter mr. J. Schipper-Spanninga, op 8 juli 2025.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de minister de asielaanvraag louter vanwege tijdsverloop in behandeling heeft genomen.

Uitspraak

202306476/3/V3.
Datum uitspraak: 8 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:118, eerste lid, van de Awb).
Procesverloop
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 oktober 2023 in zaak nr. NL23.18813.
De staatssecretaris heeft het hoger beroep ingetrokken.
Verzoeker, vertegenwoordigd door P.L.M. Stieger, advocaat in ‘s-Hertogenbosch, heeft de Afdeling verzocht de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1.       De minister heeft het hoger beroep ingetrokken en de asielaanvraag van verzoeker in behandeling genomen, omdat de overdrachtstermijn, bedoeld in artikel 29 van Pro de Dublinverordening, was verstreken. Verzoeker betoogt dat dit betekent dat de minister hem tegemoet is gekomen en dat hij daarom recht heeft op proceskostenvergoeding. De minister is echter niet aan verzoeker tegemoet gekomen, omdat zij de asielaanvraag louter als gevolg van tijdsverloop alsnog in behandeling heeft genomen (zie de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2).
2.       De Afdeling wijst het verzoek daarom af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
voorzieningenrechter
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2025
1020