ECLI:NL:RVS:2025:3067
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na ongegrond beroep rechtbank
Op 1 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 17 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beïnvloeden, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een uitspraak van 22 januari 2024.
De Afdeling ziet geen reden om het besluit tot bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.