ECLI:NL:RVS:2025:3083
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel in grensdetentie
Bij besluit van 6 februari 2025 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 maart 2025 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling zag ook geen reden om de grensdetentie vanaf een eerdere datum dan 13 maart 2025 onrechtmatig te achten. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00 die betrokkene in verband met het hoger beroep heeft gemaakt.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.