ECLI:NL:RVS:2025:3152
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning
De minister van Asiel en Migratie wees op 8 oktober 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 24 januari 2025 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene op 28 mei 2025 gegrond, vernietigde het besluit en beval de minister binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren voordat het hoger beroep was beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat gelet op de belangen van beide partijen een voorlopige voorziening passend is. De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.