ECLI:NL:RVS:2025:3156
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen aanwijzing Koninklijke Marechaussee
Op 29 maart 2025 heeft een ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee aan appellant opgedragen zich op te houden in de internationale lounge op luchthaven Schiphol. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 22 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld niet bevoegd te zijn om te oordelen over de rechtmatigheid van de aanwijzing op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat daartegen administratief beroep openstaat.
Verder stelde de Afdeling vast dat de aanwijzing een maatregel is in de zin van artikel 46, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waartegen geen hoger beroep mogelijk is. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees zij het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.