ECLI:NL:RVS:2025:3163
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over opheffing grensdetentie en schadevergoeding in asielzaak
Bij besluit van 4 december 2024 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 maart 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. Tevens beval de rechtbank de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel (grensdetentie) en kende betrokkene schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De grief betrof het oordeel dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid was getreden door de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen en schadevergoeding toe te kennen, terwijl hierover een aparte procedure liep. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde deze grief en oordeelde dat binnen de asielprocedure geen ruimte bestaat voor toetsing van de rechtmatigheid van de grensdetentie.
Daarom was de rechtbank niet bevoegd tot het bevelen van opheffing van de grensdetentie en het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat hierover handelde en wees de proceskosten aan de minister toe.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de opheffing van de grensdetentie en schadevergoeding betreft wegens gebrek aan bevoegdheid.