ECLI:NL:RVS:2025:1646
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over opheffing vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding in asielprocedure
Betrokkene, een Cubaanse asielzoeker, diende op 12 april 2024 een asielaanvraag in bij de grens op Schiphol. De minister van Justitie en Veiligheid legde haar diezelfde dag een vrijheidsontnemende maatregel op. Bij besluit van 30 april 2024 werd haar asielaanvraag afgewezen. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het afwijzingsbesluit en beval de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel, tevens kende zij schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding is getreden door ambtshalve de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel te toetsen, terwijl het beroep uitsluitend tegen het asielbesluit was gericht. De ambtshalve toetsing in bewaringszaken is beperkt tot het besluit waartegen het beroep is ingesteld. Daarom vernietigt de Afdeling het deel van de uitspraak waarin de opheffing van de maatregel en de schadevergoeding zijn bevolen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 14 april 2025.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding beval.