Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3192

Raad van State

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000563
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6 lid 3 Vw 2000Art. 91 lid 2 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige grensdetentie en proceskostenvergoeding

De minister van Asiel en Migratie legde op 3 april 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 14 mei 2025 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.

De Afdeling zag geen reden om de onrechtmatigheid van de grensdetentie eerder te laten ingaan dan door de rechtbank vastgesteld. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 16 juli 2025 door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. J.C.A. de Poorter.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de onrechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

BRS.25.000563
Datum uitspraak: 16 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 mei 2025 in zaak nr. NL25.19396 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 3 april 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 14 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. D.H. Yabasun, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.        Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 1 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2925, onder 3 tot en met 3.10, over de maximaal toegestane duur van grensdetentie op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2.        De Afdeling ziet ambtshalve geen reden om te oordelen dat de grensdetentie onrechtmatig was vanaf een eerdere datum dan de rechtbank heeft geoordeeld. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister moet de in verband met het hoger beroep gemaakte proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak.
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Jiawan, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Jiawan
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025
1020