ECLI:NL:RVS:2025:3192
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige grensdetentie en proceskostenvergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 3 april 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 14 mei 2025 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
De Afdeling zag geen reden om de onrechtmatigheid van de grensdetentie eerder te laten ingaan dan door de rechtbank vastgesteld. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 16 juli 2025 door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de onrechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.