ECLI:NL:RVS:2025:3199
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening en hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de minister inmiddels een besluit had genomen. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De minister heeft op 29 april 2025 het verzoek van appellant afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellant met het genomen besluit het doel van het beroep heeft bereikt, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is. De Afdeling verwijst het beroep tegen het besluit van 29 april 2025 naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die gespecialiseerd is in asielzaken.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep tegen het besluit van 29 april 2025 de werking van dat besluit schorst totdat de rechtbank uitspraak doet. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant heeft gemaakt in verband met het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag.