ECLI:NL:RVS:2025:3261
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.J. Borman
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging woningsluiting wegens drugslab ondanks nieuwe huurder en geen overlast
Op 11 maart 2022 deed de politie een instap in een woning in Rotterdam waar een drugslab werd aangetroffen met diverse oplosmiddelen en materialen voor de productie van harddrugs. Acht mannen werden aangehouden. De appellant was op dat moment nog geen bewoner; hij werd pas later huurder en ingeschreven op het adres.
De burgemeester besloot de woning voor drie maanden te sluiten op grond van de Opiumwet. Het bezwaar van de appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank handhaafde dit besluit. In hoger beroep voerde appellant aan dat de sluiting onnodig en onevenwichtig was, omdat er geen overlast was en de woning niet in een kwetsbare wijk lag.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht heeft gekozen voor sluiting vanwege de bedrijfsmatige productie van harddrugs en de risico’s voor de omgeving. Het feit dat de appellant pas later huurder werd en dat er geen overlast was gemeld, weegt niet zwaarder dan de ernst van de situatie. De sluiting is evenwichtig en noodzakelijk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de woning voor drie maanden wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.