ECLI:NL:RVS:2025:3268
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- W. den Ouden
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verwijdering persoonsgegevens en schadevergoeding
Appellante verzocht de minister voor Rechtsbescherming om verwijdering van de dossiers van haar twee zonen bij de Raad voor de Kinderbescherming op grond van artikel 17 van Pro de AVG. De minister wees dit verzoek af vanwege een bewaarplicht op grond van de Archiefwet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat de verwerking noodzakelijk is voor de wettelijke verwerkingsplicht.
In hoger beroep betoogde appellante dat de dossiers onjuist en onrechtmatig zijn en dat de maatregel van gezagsbeëindiging beëindigd moet worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een verzoek tot wissing niet geschikt is voor een inhoudelijke toetsing van de dossiers of de gezagsmaatregel. Er is geen bewijs van onrechtmatige verwerking zoals bedoeld in artikel 17 AVG Pro.
De Afdeling bevestigde dat de Raad voor de Kinderbescherming op grond van de Archiefwet verplicht is de dossiers te bewaren, ook indien persoonsgegevens onrechtmatig zouden zijn verwerkt. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen inbreuk op de AVG is vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens en schadevergoeding wordt afgewezen.