ECLI:NL:RVS:2025:3274
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 september 2024 is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 17 juni 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 juli 2025 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat verzoeker niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van € 907,00.
De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter mr. J.J.W.P. van Gastel en griffier mr. T. Toonen. De beslissing volgt eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare voorlopige voorzieningen werden getroffen om de positie van asielzoekers tijdens lopende procedures te beschermen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.