ECLI:NL:RVS:2025:3283
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 10 maart 2025 is afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 juni 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 juli 2025 geoordeeld dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen moet ontvangen gedurende deze periode. Deze beslissing is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging in het kader van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt, ter hoogte van € 907,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde partij. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. van Breda in aanwezigheid van griffier N. Capel.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.