ECLI:NL:RVS:2025:3359
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico in Jemen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 juli 2024 de asielaanvraag van appellant af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd dat in Jemen geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat appellant geen reëel risico liep op ernstige schade alleen door zijn aanwezigheid in Jemen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 31 juli 2024. De minister moet een nieuw besluit nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.