ECLI:NL:RVS:2025:3363
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering uitzonderlijke situatie in Jemen
Appellant heeft bij besluit van 24 mei 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond bij uitspraak van 9 september 2024. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak van 16 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3153), waarin werd geoordeeld dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft dat in Jemen geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling constateert dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat appellant geen reëel risico loopt op ernstige schade enkel door zijn aanwezigheid in Jemen.
De tweede grief van appellant slaagt derhalve, waardoor het hoger beroep gegrond wordt verklaard. De Afdeling vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van 24 mei 2024 en beveelt dat de minister een nieuw besluit neemt op de aanvraag. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.