ECLI:NL:RVS:2025:3464
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 2 mei 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 30 juni 2025 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 juli 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand ter hoogte van € 907,00.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en volgt eerdere jurisprudentie van de Afdeling. Hiermee wordt de positie van verzoeker in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.