ECLI:NL:RVS:2025:3465
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep asielaanvraag Nigeriaanse betrokkene
Betrokkene, een Nigeriaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die op 14 juni 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene op 6 juni 2023 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de minister haar standpunt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas innerlijk tegenstrijdig had beoordeeld. De minister had geloofwaardig geoordeeld dat betrokkene deelnam aan verkiezingsfraude en daar problemen door ondervond, maar dat de vermoedens over de gevolgen bij terugkeer niet aannemelijk waren. De rechtbank had onterecht het vermoeden van betrokkene dat hij op een lijst van gezochte personen staat als feit aangenomen.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling benadrukte dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn identiteit bekend is bij de autoriteiten en dat hij reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gevreesde risico's.