ECLI:NL:RVS:2025:3491
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De minister van Asiel en Migratie wees op 19 december 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 maart 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister over de situatie in Jemen. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 29 juli 2025 dat het hoger beroep ongegrond is. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat de minister niet alle relevante omstandigheden heeft meegewogen bij de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen in het kader van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd hoe zij de slechte humanitaire situatie in Jemen en andere relevante informatie heeft meegewogen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00 aan betrokkene.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.