ECLI:NL:RVS:2025:3492
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 augustus 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank, die op 9 april 2025 het besluit vernietigde vanwege onvoldoende motivering van de minister omtrent de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de eerste grief van de minister niet slaagt, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 waarin werd vastgesteld dat de minister niet alle relevante omstandigheden globaal heeft meegewogen bij de beoordeling onder artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn. De Raad bevestigt dat de rechtbank terecht het besluit van de minister vernietigde wegens onvoldoende motivering.
De tweede grief van de minister behoeft geen bespreking. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vernietigende vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.