Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:3492

Raad van State

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
25 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000457
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 15 KwalificatierichtlijnParagraaf C7/19.4.2 Vc 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 augustus 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank, die op 9 april 2025 het besluit vernietigde vanwege onvoldoende motivering van de minister omtrent de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.

De Raad van State overwoog dat de eerste grief van de minister niet slaagt, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 waarin werd vastgesteld dat de minister niet alle relevante omstandigheden globaal heeft meegewogen bij de beoordeling onder artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn. De Raad bevestigt dat de rechtbank terecht het besluit van de minister vernietigde wegens onvoldoende motivering.

De tweede grief van de minister behoeft geen bespreking. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vernietigende vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.

Uitspraak

BRS.25.000457
Datum uitspraak: 29 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 9 april 2025 in zaak nr. NL24.36527 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 9 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.        De eerste grief leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Bij uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3153, heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister de beoordeling in het beleid in paragraaf C7/19.4.2 van de Vc 2000 of in Jemen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie die valt onder artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn, niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Bij deze beoordeling zijn namelijk niet alle relevante omstandigheden globaal in aanmerking genomen. Gelet op deze uitspraak van de Afdeling, onder 4.2, 6 en 6.1, heeft de rechtbank dus terecht overwogen dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd hoe zij de slechte humanitaire situatie in Jemen in combinatie met de andere door betrokkene overgelegde informatie over het actuele geweldsniveau en andere relevante omstandigheden weegt in de beoordeling in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
1.1.        De eerste grief slaagt niet.
2.        Het hoger beroep is ongegrond. Het is niet nodig wat de minister in de tweede grief heeft aangevoerd over het arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2021, TQ, ECLI:EU:C:2021:9, te bespreken. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. K. Veen, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Veen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2025
986