ECLI:NL:RVS:2025:3493
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering minister
De minister van Asiel en Migratie wees op 6 december 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 april 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister, met name rondom de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen en de toepassing van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister niet alle relevante omstandigheden globaal had meegewogen en verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:3153) waarin een soortgelijke motiveringsgebrek werd vastgesteld. Hierdoor werd het hoger beroep van de minister ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van €907,00 die betrokkene had gemaakt voor rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van C.M. Wissels op 29 juli 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.