ECLI:NL:RVS:2025:3497
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De minister van Asiel en Migratie wees op 9 april 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 mei 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister met betrekking tot de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen. De rechtbank bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 29 juli 2025 dat het hoger beroep ongegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2025:3153) waarin werd vastgesteld dat de minister de beoordeling van de uitzonderlijke situatie in Jemen niet deugdelijk had gemotiveerd. De Raad bevestigde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat niet alle relevante omstandigheden globaal waren meegewogen.
De Afdeling veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene ad € 907,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde. Hiermee blijft het oordeel van de rechtbank in stand en wordt de minister verplicht een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.