ECLI:NL:RVS:2025:35
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek overlast blaffende honden in Boxmeer
De appellant verzocht de burgemeester van Land van Cuijk om handhaving tegen overlast van blaffende honden op een adres in Boxmeer. De burgemeester wees dit verzoek op 16 juli 2019 af, waarna bezwaar werd gemaakt en het besluit op 14 september 2020 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 2 mei 2023.
Appellant stelde in hoger beroep dat er wel sprake was van ernstige en herhaaldelijke hinder, onder meer door overlast van 26 tot en met 29 mei 2023 en een klacht van een omwonende. De Raad overwoog dat de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak alleen het besluit van 14 september 2020 mogen toetsen op basis van feiten en recht op dat moment. De latere overlast en klachten konden niet worden betrokken bij de beoordeling.
Verder werd het betoog van appellant dat andere buren te bang zijn om klachten te melden niet aannemelijk geacht. Ook de stelling dat meldingen altijd terug te vinden zijn, werd niet bewezen. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de burgemeester. Appellant kan bij toekomstige overlast een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.