ECLI:NL:RVS:2025:3501
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Op 2 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 juli 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de voorzieningenrechter geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 29 juli 2025 in aanwezigheid van griffier E.E. Pronk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.