ECLI:NL:RVS:2025:3501

Raad van State

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
25 juli 2025
Zaaknummer
BRS.25.000850
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 85 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel

Op 2 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 juli 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de voorzieningenrechter geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 29 juli 2025 in aanwezigheid van griffier E.E. Pronk.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.000850 en BRS.25.000852
Datum uitspraak: 29 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 juli 2025 in zaak nr. NL25.24686 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 2 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 15 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Derksen, advocaat in Velp, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3207, heeft de voorzieningenrechter bij ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen uitzetting op die dag achterwege blijft.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de voorzieningenrechter van de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II.        wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2025
1028