ECLI:NL:RVS:2025:3513
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 augustus 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 13 december 2024 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister, en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 28 juli 2025 dat het hoger beroep ongegrond is. De Afdeling bevestigde dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd hoe de slechte humanitaire situatie in Jemen, in combinatie met andere relevante omstandigheden, werd meegewogen in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de minister onvoldoende rekening hield met alle relevante omstandigheden. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00 die door betrokkene waren gemaakt voor rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. M. den Heyer, in aanwezigheid van griffier mr. R.D. Salverda.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.