ECLI:NL:RVS:2025:3527
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering humanitaire situatie Jemen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 juni 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 maart 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister omtrent de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen en de toepassing van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 29 juli 2025 dat het hoger beroep ongegrond is, omdat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd hoe de slechte humanitaire situatie in Jemen en andere relevante omstandigheden waren meegewogen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
De Afdeling veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige motivering bij beslissingen over verblijfsvergunningen op grond van humanitaire gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.