ECLI:NL:RVS:2025:3533
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 21 mei 2025 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 8 juli 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, waarbij is vastgesteld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 30 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.