ECLI:NL:RVS:2025:3534
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering uitstel van vertrek wegens onzorgvuldige motivering
Appellant verzocht op 6 september 2022 om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, maar dit verzoek werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris op 17 mei 2023 het bezwaar van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank Den Haag bevestigde dit besluit bij uitspraak van 17 november 2023. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de minister in het besluit van 17 mei 2023 uitsluitend verwees naar een eerder genomen terugkeerbesluit zonder opnieuw te beoordelen of er sprake was van een risico op refoulement. Daarbij bleek dat appellant volgens dat terugkeerbesluit naar Armenië zou moeten terugkeren, terwijl de minister in de huidige procedure had beoordeeld of appellant bij vertrek naar Guinee in een medische noodsituatie zou verkeren. De minister gaf geen nadere toelichting en reageerde niet op het verzoek van de Afdeling om het eerdere terugkeerbesluit te overleggen en toe te lichten.
Hierdoor oordeelde de Afdeling dat het standpunt van de minister onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk was gemotiveerd. De overige grieven faalden, maar het hoger beroep werd gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 mei 2023 werden vernietigd. De minister werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 17 mei 2023 wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met vergoeding van proceskosten.