ECLI:NL:RVS:2025:3537
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de minister van Asiel en Migratie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 28 oktober 2024. De rechtbank had in die uitspraak geoordeeld dat de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 27 mei 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was afgewezen, gegrond was. De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. In het hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd hoe de slechte humanitaire situatie in Jemen, in combinatie met andere relevante omstandigheden, is gewogen in de beoordeling van de aanvraag. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de grieven van de minister niet slagen.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die in verband met de behandeling van het hoger beroep zijn gemaakt. De uitspraak is gedaan op 1 augustus 2025 door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.