ECLI:NL:RVS:2025:3542
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na intrekking jachtakte wegens rijden onder invloed
Op 31 maart 2020 verleende de korpschef een jachtakte aan appellant. Na een strafbeschikking wegens rijden onder invloed op 29 oktober 2020 trok de korpschef de jachtakte in op 11 februari 2021. Het administratief beroep van appellant werd aanvankelijk ongegrond verklaard, maar later vernietigde de minister het intrekkingsbesluit en verstrekte de korpschef op 14 december 2021 een nieuwe jachtakte.
Appellant vorderde schadevergoeding voor gederfd jachtgenot, verplichte lidmaatschappen, stallingskosten wapens, jachtaansprakelijkheidsverzekering, immateriële schade en kosten deskundigenrapport. De rechtbank wees dit verzoek af, onder meer omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de schade het gevolg was van het intrekkingsbesluit en omdat de aanvraag van een nieuwe jachtakte een apart traject is.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak dat appellant de bewijslast draagt voor het oorzakelijk verband tussen het onrechtmatige besluit en de schade. De Afdeling oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten voor lidmaatschappen en verzekering het gevolg waren van het intrekkingsbesluit, dat de stallingskosten voor wapens voor eigen risico waren, en dat immateriële schade en kosten deskundigenrapport niet toewijsbaar waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.