ECLI:NL:RVS:2019:2471
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig besluit CBR rijgeschiktheidsonderzoek
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen de afwijzing door de rechtbank van haar verzoek om schadevergoeding op grond van een onrechtmatig besluit van het CBR van 1 juni 2017, waarbij haar rijbewijs werd geschorst en een onderzoek naar haar rijgeschiktheid werd opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het besluit onrechtmatig was, appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de materiële en immateriële schade die zij stelde te hebben geleden, zoals kosten voor het ophalen van haar auto en verblijfskosten, daadwerkelijk het gevolg waren van het besluit. De aanhouding door de politie en onrust in haar kerkgemeenschap waren volgens de rechtbank de werkelijke oorzaken.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling dat het causaal verband ontbreekt, mede omdat appellante ondanks de schorsing bleef rijden, wat leidde tot haar aanhouding. Ook het psychisch letsel is onvoldoende onderbouwd met concrete, geobjectiveerde medische gegevens. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.